Inhoudsopgave
Historie
Pagina 2
Pagina 3
Pagina 4
Alle pagina's

Historie pagina


Mottekasteel

De vroegste vorm van kasteel Develstein is in nevelen gehuld. Mogelijk is de oudste fase een mottekasteeltje geweest. Enkele restanten van een mogelijk ronde gracht die gevonden zijn tijdens het proefsleufonderzoek geven aanwijzingen in deze richting.

Mogelijk was dit de heuvel van heer Lieve ofwel de Lieverhille die volgens de overlevering in 1332 werd afgevlakt om plaats te maken voor een nieuw kasteel: Develstein.

Veel meer is er niet bekend over het kasteel van voor de 14e eeuw. Mogelijk had de motte er in deze tijd nog steeds gestaan als er niet in de eerste helft van de 14 eeuw een ramp was gebeurd.

 

Rijdende Waard

Rond 1318 brak de ringdijk van de Zwijndrechtse Waard door en stroomde de Waard vol met water. Daardoor werd de Waard “rijdende” dat wil zeggen dat het gebied blootstond aan eb en vloed en dus niet (meer) droog was. De graaf van Holland, Willem III vond dat een groot probleem. Het gebied lag heel strategisch tussen alle grote rivieren en tegenover de belangrijkste handelsstad van Holland, Dordrecht.

De graaf van Holland had geluk want de eigenaar, de Paulusabdij te Utrecht, wilde van de Zwijndrechtse Waard af. Het gebied bracht geen geld meer op, omdat er niets meer verbouwd kon worden. Herdijking was een project dat de financiële mogelijkheden van de abdij ver te boven ging.

 

Verdelen

Zodoende kreeg de graaf in 1323 de Zwijndrechtse Waard in erfpacht. Begonnen werd met het afdammen van de riviertjes de Waal en de Devel. Toen deze werkzaamheden rond 1332 eindelijk waren afgerond, werd er een commissie samengesteld die de nieuw uit te geven gronden moest verdelen. Als eerste werden verschillende landmeters erop uitgestuurd om de Waard “eerlijk” te verdelen en daarna kon de inschrijving beginnen. Al naar gelang het bedrag dat men inlegde, kreeg men 1/8 of 1/16 deel van het gebied in leen. Daarnaast werden de minst vruchtbare gronden, de Volgerlanden, evenredig verdeeld.